Proprioceptiviteit

Géén steunzolen

De proprioceptieve zool moet niet gezien worden als een steunzool.
De steunzool ondersteunt meer de gewrichten van de voet zodat deze in een andere stand komen te staan. Ze hebben echter een mindere invloed op de voetspieren, pezen en banden.
De proprioceptieve zooltjes werken direct in op het actief houding- bewegingsmechanisme van de voet en kunnen zodoende invloed uitoefenen op de gehele houding en spanning van de spieren van het gehele lichaam.

“Proprioceptiviteit” wat is dat?

Elke spier is een ingewikkeld orgaan met als doel beweging en of stabiliteit te geven aan een gewricht. Het spier- pees mechanisme bevat een fors aantal orgaantjes die reageren op druk en trek.
Dit is o.a. van belang voor het instant houden van de houding en voor de bescherming van de spier bij overrekking. Wanneer de spier licht wordt aangedrukt of gerekt zal dit via het zenuwstelsel leiden tot spanningsverhoging van de spier.
Rek en druk van de pees zal leiden tot spanningsverlaging van de spier.
De orgaantjes die hiervoor verantwoordelijk zijn worden de proprioceptieve elementen van het spier- pees proces genoemd.

De platvoet
De platvoet is een soepele voet met slappe spieren.
Hier is de naar achter hangende houding afgebeeld, met een voorover (anteversie)kanteling van het bekken.
Klachten aan de knie en lage rug, schedelhoofdpijn en vermoeidheidspijnen zijn vaak het gevolg. Meestal zijn doffe pijnen aanwezig die bij bewegen toenemen en bij rust verminderen.

De holvoet
Hiernaast ziet u de holvoet en de houding die daarbij hoort, met een achterover (retroversie)kanteling van het bekken.
Holvoeten kenmerken zich door klauwtenen, overgevoelige voetzolen en een verhoogde spierspanning. Lage rug-, nek- en voorvoetpijnen kunnen hieruit voortkomen.
De klachten nemen toe bij rustsituaties zoals staan, liggen, zitten en af en toe bij bewegen.

De normale voet
Dit is de normale voet met de houding die daarbij hoort.
mensen met zo’n houding zijn meestal klachtenvrij, maar dat betekent niet dat men zo’n houding moet hebben om klachtenvrij te kunnen zijn.
Een beetje asymetrie in de houding is normaal.

Er kunnen verscheidene metingen verricht worden, zoals bijvoorbeeld de beenlengte en de diepten van de krommingen van de wervelkolom.
Met behulp van de podobaroscoop (voetspiegel) kan het totale drukvlak van de voetzool bekeken en geïnterpreteerd worden.
Met de stereo meter wordt gekeken naar afwijkende stand van bekken, rug.
Vervolgens wordt er een digitale voetscan gemaakt, om de voetbelasting zichtbaar te maken en om een exacte maatvoering te hebben voor eventueel te maken zolen.
Er wordt met de Fluxan (computer meetapparaat) op de differentiaal-balans, de gewichtsverdeling berekend over beide benen (en het eventuele overgewicht aan een kant wordt via de computer berekend in procenten over het totale lichaamsgewicht).
Deze onderzoeken dienen uit te wijzen, wat de primaire oorzaak is van uw klachten.

Door de proprioceptieve en golgizenuwcellen in de spieren onder de voeten te beïnvloeden door middel van kurkstukjes op die specifieke spier of peesplaatsen aan te brengen, zal uw lichaamshouding positief worden beïnvloed.
Om dit effect blijvend te maken, worden deze dunne stukjes kurk tussen twee dunne leren zolen geplakt. Hierdoor ontstaat het uiterlijk van een enigszins geprofileerd inlegzool. Het lichaam adapteert deze therapeutische aanpassing in het algemeen zeer snel.
Wel kunnen er mensen zijn, die in het begin spierpijn ondervinden. Deze spierpijn is in het algemeen van tijdelijke aard. Bij aanhoudende spierpijn of verplaatsing van de pijnklachten mag dit beslist geen reden zijn om de behandeling te stoppen, want bij de controlebehandeling wordt nagegaan of de aanpassing aan de gestelde eisen heeft voldaan. De kurkelementen zullen dan, indien dit noodzakelijk is verhoogd of veranderd worden.
Op deze wijze wordt uw spierbalans ten opzichte van uw lichaamshouding begeleid, totdat de juiste stand is verkregen en de klachten geminimaliseerd zijn, c.q. zijn weggenomen.

Het Podoposturaal onderzoek bestaat uit:

  • inleidend gesprek met betrekking tot de voorgeschiedenis van uw klachten waar en wanneer deze klachten optreden.
  • onderzoek van nek, wervelkolom, bekken, benen en voeten, waarbij allerlei kleine verschillen nauwkeurig worden bekeken en genoteerd.
  • onderzoek lichaamshoudingen bij het staan en lopen.